Als het ondenkbare gebeurd

Kinderloos door het leven gaan. Rekening houdend met jezelf, je lief en je omgeving. Gaan en staan waar je wil, veel gaan werken en voor de rest niet ‘al te veel’ zorgen.

Als er dan zo een kleine snotter ter wereld komt, dat je zelf hebt gemaakt, een miniversie van jezelf (in mijn geval uiterlijk geen sikkepit, met haar helderblauwe kijkers) … dat je enkele maanden hebt gevoeld in de buik en uiteindelijk ter wereld brengt. Dan, veranderd ALLES.

Naast het kind baar je een stuk verantwoordelijkheid. Eén van die soort die je gans je leven meedraagt. Ook al zijn ze volwassen, ze blijven je nodig hebben, op gelijk welk vlak (ook al geven ze het soms niet echt toe).

Ik was van Amber het type mama die alles juist wilde doen, alles perfect, alles zo goed mogelijk. Ja, wie niet. Ondertussen heb ik al goed en wel ondervonden dat de perfectie (natuurlijk) niet bestaat en dat er wel eens van het pad geweken mag worden. maar het is de aard van het beestje..ik ben nu eenmaal een perfectionist.

Ik heb ondertussen de rust en het evenwicht gevonden die ik wou. Ik ben geen overbezorgde mama. Die voor de minste scheet naar de dokter loopt, of die voor een beetje koorts-hoest-snottebel bij wijze van spreken bij de spoeddienst staat. Hier heb ik dan ook wel geluk in.. onze kleine is zelden ziek. Zelfs van de waterpokken had ze slechts 5 blaasjes. Behalve haar opname door het rsv virus toen ze 3 maanden was, heeft dat kind een kanjer van een immuunsysteem.

Waar ik wél vaak over kan tobben, dat zijn accidenten. Rij ik met de fiets, ga ik wandelen, stop ik ze ’s morgens in spitsuur in de auto… Dan betrap ik me er vaak op om te denken ‘wat als’, en dat vertaalt zich in ‘pas op’. Pas op voor de auto’s, auto’s zijn gevaarlijk, zit stil, kijk uit, blijf maar in de buggy,… Normaal eigenlijk voor een peuter/kleuter van haar leeftijd. De mijne is erg gevoelig aan allerhande prikkels en het is geen stilzitter. Stilzitten in de buggy is voor haar een no-go, alleen als die beweegt dan zal ze content zijn. Wat er gisteren gebeurde, zal mijn ‘pas-op’ radar nog niet al te gauw laten doven…

Gisterenochtend gingen we samen met mijn zus en haar twee kinderen gaan wandelen naar Dikkebusvijver. Hier zie je wat een prachtig stuk dit is. Het was koud. Guur weer eigenlijk. Maar, de zon scheen er regelmatig door en ik wilde kost wat kost verse buitenlucht hebben, ik had er precies nood aan. Davy zou het grotendeel van de dag niet thuis zijn, en ik had geen zin om binnen te blijven. Een berichtje naar zus en we waren weg.

De kinderen van mijn zus waren met de fiets. Amber zat in de buggy. L. en L. gingen nu en dan naar de rand van het water, bloemetjes plukken, takjes gooien,… Ik ben daar nooit gerust in. Eens uitglijden, zich mispakken en ze liggen het ijskoude water in. Ik was altijd blij als ze terug op de fiets zaten. En dan nog, beeld ik me in dat er opeens 1 van 2 een bruuske beweging maakt, om bvb. 1 van de fietsers te ontwijken, en in het water valt.

We hebben er ongeveer drie vierde van de toer op zitten. Ik heb het de ganse tijd al een beetje koud. Niet te veel, het is draagbaar. A. begint lastig te doen. Ze wil er af. Na een minuut wil ze dat ik ze draag. Ik geef daar nooit aan toe voor wandelafstanden en vooral niet als ik met de buggy ben, ze is gewoon te zwaar om te dragen, bijna 15 kilo. En in mijn toestand nog minder. Ze mokt en weent, kiest dan uiteindelijk toch voor de buggy.

1 Van de kinderen komt achter met de fiets. Er zit een beest in haar fietsmandje, een soort mot. We krijgen er hem maar moeilijk uit. Ik sta helemaal links op het pad, dan staat mijn zus en dan situeert de vijver zich rechts van haar. L. haar fiets staat achter ons. Ik laat de buggy los en draai me om, om het beestje weg te doen. Mijn zus haar aandacht gaat ook naar de fietsmand.

Voor ik het weet hoor ik iets. Was het nu de schreeuw van mijn zus, of het plonsen van het water, het is te vaag. Wat ik zie is, de buggy die langs het hellend gras naar beneden is gerold. Het rollen zelf heb ik niet gezien, ze lag al in het water. De buggy met de kleine er in, is in de vijver gerold. De visser, die er een meter en half van af zat, grijpt de buggy vast en trekt hem half uit het water. Ondertussen was ik al aan de waterkant, iets schreeuwend, wat, ik weet het niet meer. Ik trek langs de onderkant van de wandelwagen, ik denk dat mijn zus hem ook een stuk mee had en we rollen hem naar het droge. Kletsnat is ze. Ik hurk en barst in tranen uit. Haar omhelzend om haar mijn warmte te geven. Ik besef vlug dat ze moet opwarmen. Haar kleren afdoen, zo vlug mogelijk. Maar hier ging dat niet. Buiten. Ik doe mijn sjaal af en mijn jas en wikkel die rond haar. Mijn zus doet van het zelfde. Ik pak ze vast, bedank de visser meermaals. Hij antwoord me in het Engels. De kleine huilt, ik huil. Ik heb ze stevig vast. We stappen naar de auto. Ik schat dat het nog zo een 400 meter was. De moeheid die ik ervaar als ik ze thuis even de trap opdraag, die heb ik niet. Ik laat ze niet los, mijn krachten zijn vertienvoudigd. Al moet ik ze gans de toer terug dragen, het ging me wel gelukt zijn. Adrenaline giert door mijn lijf. Koud heb ik niet. Al zou ik al mijn kleren moeten afgeven om haar warm te houden, de koude gure wind zou me niet raken. Na even stappen houd ze op met huilen en rillen. Ze krijgt het warm, denk ik. De schokkende bewegingen van mijn stap wiegen haar in slaap. Haar haren zijn ook nat. Ze moet eventjes ondergegaan zijn denk ik. Ik check regelmatig haar reacties en functies door te kijken hoe ze ademt, te vragen of het gaat, ze knikt. Oef, ze reageert. We komen bij de auto, rijden naar mijn zus haar huis. Ze legt het vuurtje aan, droge kleren en een handdoek. Zo rap als tellen doe ik haar natte kleren af. Dat is nog niet zo simpel. Natte kleren wegen zwaar en plakken. Ze rilt en ziet een beetje blauw. Als ze droog is wikkel ik haar in een kamerjasje. Het kapje die eraan vast hangt heeft oortjes, ik zet die op. Ze lacht met de oortjes. Ze lacht, denk ik. Ze is kalm.

Ik ben moe, moe van twee keer de nacht te doen, moe van het hele getsjools, moe van te wenen en van te denken. De knop wordt omgedraaid, de schok is over. Amber eet een boterham en speelt. Alsof er niets is gebeurd. We blijven nog even en gaan dan naar huis. Om 17u komt D. thuis. Ik vertel en barst terug in tranen uit. Uitgeput steekt ik een pizza in, en vertrek kort erna om een derde nacht te gaan doen.

Advertenties

11 gedachtes over “Als het ondenkbare gebeurd

    • Ja..je mag nog zo voorzichtig zijn…het feit is dat de buggy niet op een helling stond, dus ik deed de rem niet aan. Achteraf gezien denk ik dat ze zich gedraaid heeft om achter haar te kijken, en zo de buggy een duw naar rechts heeft gekregen en in beweging is gekomen…die rem wordt standaard vast gezet nu.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s