Ouderzonden: #Hebzucht

gxtqhef

Avaritia (hebzucht – gierigheid)

Wat deel je nooit met je kind(eren)? 

Wat ik nooit met mijn kinderen deel… Nooit is zo een ‘extreem’ woord. Of hoe moet ik het omschrijven…

Laat ons zeggen dat het uitzonderlijk is, dat 1 van mijn kinderen in ons bed zal belanden. Wij staan er op dat onze kinderen in hun eigen kamer slapen. Waarom vind ik dat zo belangrijk. Ons bed is iets tussen Davy en mij. Wij maken daar geen gewoonte van omdat dat 1 van de enige plaatsen is waar wij ongestoord een gesprek kunnen voeren.

Wij doen vaak nog eens een klapke als we gaan slapen. Da’s soms niet zo lang. Maar toch. Of zo ’s nachts eens wakker worden, je nog eens draaien en de andere eens goed vastpakken. Of mijn koude voeten opwarmen tussen zijn benen. Liefst geen kinderen in ons bed.. Behalve als ze ziek zijn. Dan mogen ze al eens een kotske doen. Nog niet zolang geleden was dat jammer genoeg zo.. Of toen ze nog heel mini waren, en in slaap vielen toen ik ze borst gaf, ik liggend op mijn zijde, dommelde ik dan ook vaak even in..wat zalig was dat toch…

Ik deel ook echt echt echt niet graag mijn bord… Oh jee.. het is zelfs zo erg, als ik zie dat hun stukske vlees bijna op is, ik het mijne rapper opeet. Dan kunnen ze er niet meer achter zagen. Ik heb ooit eens eens stukje verstopt onder mijn puree, haha!

‘Mama heb jij nog een beetje?’ Nee sprotje, nee, alles is op’. En ja.. met een afgestreken gezicht eet ik de puree of shame zonder een greintje schuldgevoel op.

Mommy doesn’t share food. Ohja, jawel hoor. Tuurlijk deel ik mijn eten nu en dan. Maar meestal niet met mijn volle goesting.

Het gaat soms zo ver, als ik hun bordje zie, dat ik soms hoop dat ze het niet helemaal opeten, dan kan ik de rest binnen smikkelen.

Zeg me alsjeblieft dat ik niet de enige ben…

Advertenties

Ouderzonden #hoogmoed

hoogmoed

Superbia (hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid)

Waarom ben jij een goede ouder? Waar blink jij in uit?

Waar blink ik in uit? Waarom ben ik een goede ouder? Het eerste dat bij me opkomt is, dat ik van mezelf vind dat ik inderdaad een goede ouder ben. Ook al heb ik soms heel veel twijfels. Doe ik het wel goed? Neem ik wel de juiste beslissing? Is dit het beste voor mijn kind? Zal mijn kind er beter van worden? Ben ik goed bezig?

Maar, daarnaast ben ik me er ook erg van bewust dat een opvoeding niet alleen door een ouder of naaste familie gebeurt. Opvoeden is iets dat je deelt. Niet alleen met je partner, ouders schoonouders, familie van welke graad dan ook. Je kind wordt ook opgevoed op school, door vrienden, de maatschappij, tv, sociale media enzovoort enzovoort.

Ik ga er vanuit dat ik als ouder mijn best doe met alles wat ik weet en in me heb. En dat is voor mij een belangrijke factor. Meer kan ik niet doen. En daarom ben ik een goede ouder. Een kind hoeft toch ook geen 80 procent te halen. Haalt het 60, is het dan een dom kind of een slechte student? Zolang het zijn best deed binnen zijn mogelijkheden, is het een goed resultaat.

En waar ben ik nu goed in. Uitblinken in..

  • Consequent zijn: Tja, ik ben nu eenmaal opvoedster van opleiding.. De lessen psychologie, pedagogie, ortho, omgaan met… hebben me niet alleen in mijn job vooruit geholpen. Ook bij mijn kinderen denk ik vaak terug aan bepaalde lessen.. Consequent zijn naar mijn kinderen toe, geeft hen een soort veiligheid denk ik. Ze weten wat ze kunnen verwachten en dat brengt rust. Nee is nee. Lukt dat altijd? Nee hoor! Maar ik probeer het wel. Ook omgekeerd probeer ik mij daar zoveel mogelijk aan te houden. Als ik iets beloof aan mijn kinderen, dan probeer ik dat te doen. Zeg ik dat we straks iets samen gaan doen, dan doe ik dat. Het werkt vise versa. Ik hecht veel belang aan woorden en wat je noemt mondelinge overeenkomsten. Ik merk dat Amber dat ook soms begint over te nemen: ‘maar je had toch gezegd dat…’, als ik iets niet doe wat ik heb gezegd. En gelijk heeft ze.
  • Luisteren: ik probeer te luisteren en te praten. Veel praten. Om te horen wat er in hen om gaat. Ik vind het erg belangrijk dat ik weet hoe mijn kinderen zich voelen. En ik wil dat ze weten dat ze bij me terecht kunnen.
  • Complimentjes geven: positieve bekrachtiging geven. Wauw goed gedaan, flink zo, wat een super flinke zus ben jij, enz… Ik zie ze dan kijken van onder haar vodden, een klein glimlachje. Een spontane knuffel,.. zegt me genoeg. Straf ik niet? Jawel. Maar ik zoek het liever in de andere richting. Elke dag.
  • Samen dingen doen: Hier probeer ik heel bewust van te zijn. Ik probeer bijvoorbeeld om mijn huishouden zoveel mogelijk te doen als de kinderen niet thuis zijn. Met mijn job lukt dat redelijk. Tijd vrijmaken om te spelen, samen dingen te doen. Genieten van de tijd die we samen hebben. Ik merk dat het soms moeilijk lukt, als de planning helemaal verkeerd zit, of als Emiel ziek thuis is. Of als ik plots veel na elkaar moet werken. Maar het lukt me vrij goed. Behalve een week of twee geleden, toen alles hier in de soep draaide. Een te drukke planning, een ziek kind en ik had het vlaggen.

 

En jullie? Waar blinken jullie in uit?

 

 

 

 

 

 

Blogchallenge: Ouderzonden

Ik had me in het uurtje en half dat ik mezelf had gegund om te eten en te pauzeren, voorgenomen om een postje te schrijven over de overheerlijke wraps die ik daarnet heb klaargemaakt. Echt waar. Za-lig zijn ze. Zo zalig dat ik besloot niet samen te eten met de kleine maar die in bed te droppen en daarna gewoon te genieten. Alleen eten. Zonder geween, gegooi, gesnotter en gekweel. Niet dat het altijd zo is, maar de mogelijkheid bestaat. Dus, gewoon ik en mijn eten. Luxe!

Ik gooide de heerlijkheid al op Instagram en dan vloeien ze soms wel eens door naar de blog met het recept er bij. Maar, toen ik eerst eens op Facebook scrolde kwam ik de post van Liese tegen. Juist ja, dacht ik, ging ik nog even checken. Kwam ik daar wel geen challenge tegen zeker die me wel heel erg aanspreekt.

Even de links aangeklikt van de oprichters (Big City Life en Compleet Geluk), daarna even de deelnemers bekeken (wow, veel!) en daarna ook nog even overdonderd zijn door enkele grote vissen in de wereld van het online bloggen. Ik voel me altijd zo een mini-tje in de ‘bende’ schrijvers en schrijfsters. Waarschijnlijk onderschat ik mezelf wel een beetje. Maar toch!

Goed, de challenge. Helemaal mijn ding. Kort samengevat: 7 vragen, afgeleid van 7 hoofdzonden. Meer uitleg over het hoe en waarom:zie hier. Ik heb bewust de posts van mijn vriendin niet gelezen. Ga ik nadien in 1 ruk eens doen, dan ga ik ook eens piepen bij de andere bloggers (inderdaad: win-win!).

Ik kom een weekje achter dus schrijf ik vandaag over hoogmoed, zaterdag komt de tweede vraag en volgende week nummer drie.

To be continuid!

 

 

Terug naar de basis

Onlangs zeiden we tegen elkaar: dit wordt een lastige periode. Ja, het wordt inderdaad een lastige periode. Het ís ook een lastige periode. We hebben het nu over ons kleinste mormeltje. Die momenteel een beetje het centrum van ons bestaan lijkt te zijn. Een beetje overdreven natuurlijk.. maar veel draait rond hem. Hij is een goeie 15 maanden. Een zalige leeftijd. We lachen ons dikwijls krom. Hoe hij wiggelwaggelt door de living met een doosje inktpatronen, die hij gepikt heeft uit het schof waarvan hij weet dat hij er niet mag inzitten. En leutig dat het is. We zeggen vele keren ‘oooh’ als hij samen speelt met zijn zus. Er zitten ook verzuchtingen bij als hij weeral eens alles volgesmost heeft, de aarde van de plant heeft rondgegooid, voor de vierde keer zijn pamper vol heeft ge…, weent voor een onverklaarbare reden, wakker komt in het midden van de nacht, nét wanneer je de dag erop een vroege dienst moet draaien of wanneer je na een late maar om 23u in je bed bent gerold.

Er wordt hier vaak gepland in functie van hem. Vragen er vrienden of familie om iets te doen dan wordt dat automatisch gekoppeld aan: en wat doen we met Emiel. We staan er niet om te springen om hem in een ander (reis)bedje te steken, om dan laat uit te halen en naar huis te brengen. Het gebeurt, maar met uitzondering, want het geeft mij vaak een slecht gevoel. Al geniet ik ten top van de avond. Ik denk dan: hij had thuis in zijn eigen bedje kunnen liggen. Met als gevolg dat er zorgvuldig gepland en nagedacht wordt over onze uitjes. Het gebeurt dan ook vaak dat de ene thuisblijft terwijl de andere weg is. We hebben geen vaste babysit en doen enkel beroep op familie. Ergens naartoe gaan met een 15 maander is niet zo evident. Het hangt er ook van af waar je gaat. Een huis met iemand met kinderen is voor mij aangenamer dan een huis waar geen kinderen gewend zijn. En dan nog. Constant een peuter nahollen is niet echt een ontspannend uitje. Soms gebeurt het dat we ergens naartoe gaan maar hij is niet in zijn element. Hij is hangerig, of weent. Dan kijken we naar elkaar en ja, stappen we soms op.

Het is een keuze. Er zijn ook gezinnen waarvan kinderen overal meegaan op eender welk uur. Als dat werkt, waarom niet. Iedereen doet waar hij of zij er zich het best bij voelt.

Naast hem hebben we ook grote zus. En ik sta er op om ook met haar dingen alleen te doen. Zoals vandaag. Zij en ik, gaan zwemmen terwijl Emiel in de opvang is. Dat had ik zo geregeld. Het was zalig, een uurtje in het frisse (soms wat té frisse, brrr) sop wat ravotten en spelen en haar daarna afzetten in de turnles. Daarna een uurtje in de cafetaria koffie drinken en even relaxen. Wat gaat een uur toch rap!

We vallen terug op onszelf. Cocooning heet dat blijkbaar. Het is genieten maar ook verdomd knokken. Niets vanzelfsprekend nemen, goed plannen en tijd nemen.

Prioriteiten stellen.

Eentje gaan drinken ’s avonds, eens weggaan. Ik weet nooit de dag erop of ik fris man zal kunnen zijn of wat de nacht zal brengen. Als we dikke pech hebben komt hij wakker ’s nachts van een of andere tand die zit te duwen. Als we geluk hebben slapen we door (en dat is steeds vaker!) maar mijn ouder wordend lijf lijkt me soms wel eens te straffen wanneer ik volgens ‘haar’ te laat in mijn bed ben gerold.

En ja ook bloggen én ze lezen, vervalt wat op de achtergrond. Komt door mijn sjaal die ik heb gehaakt. Die had even voorrang, als ik deze winter nog een warme nek wilde hebben.

Ik ben zeker dat ik binnen een jaar, wanneer ik mijn twee pagadders naar school ga kunnen brengen, meer tijd zal hebben voor mijn vrienden en familie.

Momenteel ben ik voor sommigen wat verder weggerold. Maar ik ben niet weg hoor, zie je mij niet piepen daar in de verte? Als je even geduld hebt, kom ik er langzaam maar zeker wel terug aan.

 

 

Een lesje in offline zijn

Je weet het ondertussen al. Ik heb voor mezelf een goed evenwicht gevonden tussen online en offline zijn. Enkel wanneer ik daar goesting en tijd voor heb, gaat de knop op aan. Zo kan ik mij beter focussen op de dingen die voor mij op dit moment het meest mijn aandacht verdienen of nodig hebben.

Zoals dat klein smoefelaartje die hier naast mij zit te eten. Hij is ondertussen alles aan het rondsmossen. Wrap met kip all over the place momenteel. Hij eet met zijn handen. Er hangt ook overal tartaarsaus. Ik vraag me af waarom ik de moeite doe om alles in een bordje te leggen. Je zou de grond eens moeten zien. Pas op, ik hoef er niet over te klagen, ik stoor er me niet echt aan. Ik denk alleen soms hoe blij ik misschien wel zal zijn als de dag komt dat hij met een vork zijn eten zelf in zijn mond zal kunnen steken. Zonder het bord om te kieperen. En de opkuis, het ene moment liever dan het andere. Maar momenteel heb ik liever dat hij zelfstandig smost dan dat ik hem proper met een lepel voed.

Het lesje dat ik gisteren heb geleerd? Ik moet misschien vaker mijn mails beginnen checken. Gisteren was het zes dagen geleden dat ik mijn inbox bekeek. Behalve om een mail te sturen en te kijken naar het antwoord, zag ik niet echt het nut om de rest asap grondig te bekijken. Had ik die mail van 16 november gezien, dan stond ik gisteren niet in de bibliotheek, met Amber in pyjama, denkend dat het voorleesfeest ‘dresscode pyjama’ was. Dat ik in de bib stond, was mijn fout. Ik moest eigenlijk in de hoofdschool staan. Daar was Amber ingeschreven voor het voorleesfeest. Het zag er een leuke avond uit met juffen die zouden voorlezen, (groot)ouders, allen in pyjama, lekker gezellig. Niet te lang maar ook niet te kort, om 19u30 gedaan. Ideaal om na afloop thuis te komen en rechtstreeks naar bed te gaan.

Mijn frang was al deels gevallen toen ik de schuifdeur binnenstapte en zag dat er daar geen enkel kind rondliep in nachtkledij. Enkel Amber met haar gloednieuwe rendierpyjama en Minnie Mouse savatjes die we de middag zelf nog zijn gaan halen. Aan de balie kwam ik te weten dat ten eerste, ik op de verkeerde locatie stond en ten tweede, het voorleestfeest was afgelast wegens te weinig inschrijvingen. ‘Hebben ze je niet verwittigd misschien?’ Euh. Ja, blijkt dus achteraf.

Daar stond ik dan. Na te denken welk vervolg er hier aan zal komen, hopen dat de ontgoocheling niet te groot zou zijn. Want ze zag er wel naar uit. Ze leek het haar niet aan te trekken. We gingen naar het toilet waar ze haar jas afdeed. En ik zag dat ze content was. Was ze was in de bib. In haar pyjama. Dat zij de enige was en dat er geen juffen, geen (groot)ouders, geen voorleesfeest was, kon haar precies geen bal schelen. Ze was zottecontent en was duidelijk van plan haar eigen voorleesfeest te organiseren.

Dus dacht ik what the hell. Met de jas in de hand trokken we van toiletten terug naar de bib. Amber speelde er, snuisterde in boekjes, begon haar eigen spel en trok zich buiten het feit dat ze veel plezier had, van de rest geen sikkepit aan.

 

 

hashtag jinnendertig

DSC_0002.JPG

Hip zijn voor een paar eurootjes! (Action)

Gisteren werd ik 31 jaar en dat werd ook die dag beklonken met een vriendin. Ze had een mooie witte orchidee mee. Precies of ze kon al weken mijn gedachten lezen. Die groene pot stond al zolang op mijn keuken. Leeg. Smachtend naar een schoon bloemeke. Zwaar in de weg. Want een bloempot hoort niet op een keuken. En als hij blijft staan wordt de functie van bloempot omgeschakeld naar rommelpot. Speldjes, kleingeld, stylo’s.. Ik was dus in mijn nopjes. Al de rommel er uit, bloempje erin.. Je zou denken dat ik zelf een bloemetje kon halen maar niets is minder waar. Geen tijd (wat een flauw flauw excuus)!

We hadden een date, toevallig op mijn verjaardag, ik had er zelfs niet bij stilgestaan denk ik toen ik datum vastlegde. Rustig daten. Take away pasta, glaasje cava, glaasje wijn. Dat laatste valt dankzij de vermoeidheid wat zwaar maar niettemin was het leuk om iemand te zien en lekker bij te kletsen op mijn verjaardag. Hoewel ik vind dat verjaardagen niet persee moeten gevierd worden de dag zelf.

Maar ze moeten gevierd worden. Sommige mensen willen niet meer vieren als ze ouder worden. De dag moet zo rap mogelijk passeren. Ikke wel. Integendeel. Hoe ouder ik word hoe meer ik gevierd wil worden. Vier mij, godterdimme! Ik heb dus dit jaar mijn liefste letterlijk laten weten dat ik iets verwacht. Vroeger dacht ik er anders over. Verjaardagen, kerst, enz enz. Wij zijn niet het genre cadeau-mensen. We zijn eigenlijk content met elkaar en wat we hebben. Door de jaren heen hadden we afgesproken dat we verjaardagen vierden met een ontbijtmand, samen tijd nemen voor elkaar. Niet te veel ‘tralala’.

Maar wat dacht ik toch eigenlijk. Ja, ik wil tientallen berichtjes op Facebook (ja dat is echt wel een pluspuntje. Dat voelt toch super als je al die berichtjes kan liken van mensen die de moeite en tijd nemen om aan je te denken. Shame on me dat ik er nu zelf begin te vergeten omdat ik minder op fb zit (sorry schoonmamaatje!). Ja, ik wil van iedereen die het wil piepers krijgen. Ja, ik wil horen dat ik er goed uitzie voor ‘mijn 31′ en ja ik wil een cadeau.

Maar liefst niet te veel. En niet te duur. Want daar word ik ongemakkelijk van. Tenzij je samen legt met een paar mensen. Da’s iets anders, natuurlijk!

Eigenlijk ben ik blij dat ik ouder ben. Ik heb het gevoel dat ik de laatste jaren veel geleerd heb. Niet alleen door het verder studeren, maar ook dingen die je alleen maar kan leren, door ouder te worden. Door ervaring. Door al lang in het werkveld te staan. Door een langdurige relatie te hebben. Door kinderen te hebben en een eigen gezin te starten. Ik heb ook het gevoel dat ik, bij het ouder worden, meer durf. En dat ik bij dat durven soms wel eens val, maakt me niet triest maar dankbaar. Omdat ik leer.

Ik zeg vaak tegen Amber: ‘als je iets wil kunnen, moet je veel oefenen’. En als er iets haar niet lukt zeg ik: ‘kijk. Denk na. Hoe kan je dit oplossen?’ Het kind is vier maar ik wil haar leren dat je met huilen niets kan oplossen. Dat je na het tranen drogen 1, eerst zelf probeert te kijken voor een oplossing en 2, hulp mag vragen als het je zelf niet is gelukt.

Levenslessen die ik zelf heb ondervonden en geleerd, doorgeven aan mijn kinderen in de opvoeding. Dat ook is ouder worden. Dat is voor mij 31 zijn.

 

 

 

 

 

 

 

There’s something about you

I could talk to you for days 
You make me laugh one thousand ways 
And I realise – you fill me up 
Like hot water – in my tea cup
I’m enchanted by your smile 
I must admit it took a while 
For me to see that – this was something 
More than – he’s my friend, it’s nothing
I hope to God you feel the way I feel 
Cause this could be amazing 
Something so super real
There’s something about you and you don’t even know it 
I’m telling you now that you got me good 
There’s something about you and I can’t help but show it 
Damn right, you got me good
Now I’m not alone 
With you I’m whole 
I gotta let you know 
You got me good

Wij twee, wij zitten op ‘dezelfde golflengte’. Ik vind dat een magnifieke metafoor. Dezelfde golflengte. Alsof het leven als een golf op en neer gaat. En wij elkaar volgen, de ene golfslag na de andere. Maar ook omgekeerd. Slaan onze golven door elkaar, weten we elkaar terug te vinden, zodat we terug synchroon door het leven gaan. Het betekent ook dat we mekaar vinden in allerlei onderwerpen. Of zoals Wictionary het omschrijft: Er gelijkaardige ideeën op nahouden, elkaar begrijpen.

Dat we dezelfde humor leuk vinden, dezelfde ‘gedachtengang’ hebben, elkaar verstaan. Soms zonder woorden of met een simpele ‘hmm’. We zijn het niet altijd eens met elkaar. Dat zou pas raar zijn. Maar we kunnen elkaar ruimte geven bij onze meningsverschillen.

Kletst het dan nooit eens ten huize Vdk-Defrancq? Eigenlijk zelden. Het is al gebeurd ja, maar in  de 11 jaar dat we vandaag dag op dag samen zijn, zijn er nog niet vaak hoogoplopende ruzies geweest. Ik denk dat het komt omdat wij het niet zover laten komen. Ik merk ook dat we naarmate we langer en langer samen zijn, elkaar beter en beter leren kennen waardoor de emoties hier niet vlug erg hoog oplaaien.

Ik zou niet vlug het woord soulmate in mijn mond nemen, maar hij is dat wel voor mij. Als ik ’s avonds in mijn bed kruip en hij neemt mij eens goed vast. Dan krijg ik het helemaal warm vanbinnen. Hij slaat zijn armen om mij heen net op die bepaalde manier zodat hij dat al elf jaar doet. Het voelt herkenbaar, veilig, vertrouwd. Hij geeft me de ruimte die ik nodig heb om mezelf te zijn. Niet alleen als mama en partner maar ook gewoon mezelf. Hij is diegene die het lichtje laat branden als ik thuiskom na een avondje uit. Die kleine dingen die hij voor ons doet.

Want niet alleen is hij een geweldige partner, hij is ook een toppapa. Dat de kinderen bij hem op de eerste plaats komen, dat weet ik en dat maakt hem nog meer mijn superman.

Hij is als persoon voor mij de best mogelijke match. Van een dekseltje op een potje gesproken, dit is ‘m. Ik ben tot de dag op vandaag nog steeds in de ban van die vent. Hij heeft me goed te pakken ja. Ik heb het gevoel dat we in die elf jaar als koppel al veel gegroeid zijn, we zijn ook naar elkaar toegegroeid. We laten het hier samen goed draaien en we bollen rustig verder. Golf na golf, in de woele zee van het leven..

Om af te sluiten ‘ons liedje’, waaruit bovenstaande lyrics komen. Heeft hij ooit eens voor me opgevraagd bij q-music. Toen waren we nog jong en romantisch 😉 Als dit speelt, denk ik op slag aan hem, ons en alles wat we al samen hebben bereikt. Het zit er gewoon ‘boenk op’.

Jamelia – Something about you

Altijd bereikbaar

Soms heb ik het gevoel dat de knop altijd op ‘aan’ staat. Ik heb het nu vooral over de smartphone en de daaraan verweven app’s en sociale media. Het zal waarschijnlijk aan mij liggen, ik weet niet waarom ik er zo ‘gevoelig’ aan ben. Ik kan me enorm storen aan al dat ‘gepingel’. Toen ik een tijd geleden in een volle wachtruimte van de dokter zat, mijn Facebook te checken. Stuitte ik op een filmpje. Toen was het iets nieuws dat filmpjes automatisch beginnen afspelen. Mijn geluid stond vollen bak. Een onnozel filmpje. Alle koppen draaien naar mij. Ik gooi er nog een ‘shit’ uit. Vind na wat sukkelen de volume knop. En trek mij er aan op dat de persoon naast mij het nog kluchtig vond. Kort erna vloog de app van mijn telefoon.

Whapsapp, de wordpress app, messenger,… allemaal handige en leuke app’s. Maar vanaf nu staan de meldingen van de dingen die mij het meest storen, definitief uit. Begrijp me niet verkeerd, eigenlijk vind ik dat geweldig dat het kan. Hoera voor technologie en alles die er bij hoort. Maar ik steek er meer van mijn kostbare tijd in dat ik eigenlijk wil.

Ik luisterde onlangs naar een podcast over energie en hoe je jou energie kan beheren en het maximale uit je dag halen. Dit was er 1 van. Zet de knop vaker uit. Men zei dat, telkens je afgeleid wordt, het tien minuten duurt eer je terug ‘heropstart’. Dus vooraleer je terug productief bent. Dat zal wel een gemiddelde zijn. Dan nog, tel maar eens voor jezelf op hoe vaak je afgeleid wordt door je smartphone.. Daarnaast heb je nog andere afleidingen. De kinderen bijvoorbeeld. Of gewoon een simpel telefoontje. De hond, kat, de call from mother nature. Noem maar op.

Zelf ben ik een persoon die vlug is afgeleid. Vooral als ik vermoeid ben. En met twee kinderen die graag het krieken van de dag meemaken… Ik heb bij mezelf al wat automatismen ingebouwd, die me hierbij helpen. Maar ik heb alvast mijn besluit gemaakt. De knop gaat vaker uit. Concreet betekent dat voor mij dat ik me minder laat afleiden door de smartphone. Dat deed ik door de Facebook app er af te gooien, en de meeste app-meldingen uit te zetten. De Instagram meldingen blijven aan. Want die blijft mijn numero uno. Simpel, niet tijdrovend. Kort en bondig. Me like.

 

 

Tabula rasa

Ik vroeg me daarnet af, of ik helemaal opnieuw zou beginnen met mijn blog. Alles wissen, ander thema, ander lettertype, alles anders. Alle berichten weg. Met een leeg blad beginnen.

Vanwaar komt die vraag..

Ik heb hier en daar wat oudere berichten zitten lezen en merk dat ik qua schrijfstijl redelijk wat ben geëvolueerd. Ik vind enkele van mijn oudere berichten zelfs maar niets. De schrijfstijl, de onderwerpen, hoe ik ze heb uitgeschreven. Ik vind sommige niet mooi uitgetypt. Soms eindeloos lang en saai. Of volledig naast de kwestie. Ik ben er een paar beginnen wissen. Dan ben ik gestopt. Elk bericht opnieuw lezen. Dat geeft geen nut. En dan begon ik na te denken. Waarom wissen van iets waar ik die tijd wel achterstond. Het is uiteindelijk wel iets van mezelf geweest. Je kan ook geen boek schrijven, het publiceren en na enkele jaren in elk huis elk boek gaan ophalen en verbranden. Het is ook gemakkelijk.

Dus ik denk er anders over. Wat ik schreef en hoe ik het verwoordde, was op dat moment oke voor mij. Daar hou ik het nu bij. En het is wel mooi om de evolutie te zien van mezelf in het schrijven.

Misschien vind ik sommige van mijn berichten van nu binnen vijf jaar ook maar niets. Je kan het misschien vergelijken met het lezen van je dagboek dat je terugvind na al die jaren. En bovendien, zijn er ook andere berichten die erg leuk zijn om terug te zien. Zoals hier, over de tijd toen ik zwanger was bijvoorbeeld. Of hier en hier, waar ik recepten deelde en schreef over mijn liefde voor eten. Ja liefde, geen overdreven woordkeuze. Of over mijn mooie familie en gezin. En tal van andere verhalen..

Ik blijf dus gewoon verder bollen. En jullie, bloggers, begrijp je wat ik bedoel? Ooit al eens gereboot?

Ooit wil ik

Ooit wil ik de wereld zien. Wil ik over bergen trekken of door woestijnen rijden. Wil ik plaatsen zien waar anderen zelden komen. Of beter nog. Wil ik op een plaats komen waar niemand ooit is geweest. Wil ik logeren bij locals en wil ik zien hoe het is daar, in die andere wereld. Wil ik proeven van ‘hun’ keuken en wil ik leren van hun gewoontes.

Ooit wil ik een waaghals zijn. Wil ik racen in een wagen. Wil ik springen uit een vliegtuig. Wil ik bungeejumpen vanop de hoogste brug. Wil ik duiken in de diepste zee, of klimmen op de hoogste berg.

Ooit wil ik toneel spelen. Wil ik spreken voor een volle zaal. Wil ik mij inleven in een rol. Wil ik ontdekken of ik het kan. Wil ik uit mijn comfortzone stappen en mijn eigen grenzen verleggen.

 

Durf te dromen…maar..

want-quote