Crisiseenheid. Paraat!

Ochtend

Amber slaapt de laatste tijd langer dan normaal. De ogen van haar schaapje waren al lang opengegaan maar toch sliep ze verder. Om 7u30 ben ik haar gaan wakker maken. Ik liet ze ooit eens liggen tot 7u45 maar dat is dan iets te krap om op tijd op school te geraken. En dan mag er zeker niets tussen komen (lees: hongertje van de kleinen, kakbroek, spuugsje, iets omver gooien, huilbui, …).

Als ze langer slaapt is dat meestal een teken dat ze iets aan het overwinnen is. Een goeie snotvalling is vermoedelijk de boosdoener nu. Ik laat ze het liefst zo lang mogelijk liggen. Wat vind ik dat toch verschrikkelijk om een kind uit zijn slaap te halen… Geen koorts en fit als een hoentje, dus naar school.

Eens opgestaan eten we samen een boterham. Net voor vertrek beslist ze om haar rok en kousenbroek af te doen. Iets met een teen en/of voet dat blijkbaar iets mankeert, of ze denk het… Alles terug aan en naar school, net op tijd om in de rij te gaan staan.

Kwart voor vier

Ik ga ze gaan halen. Ze ziet er goed uit. Wat moe denk ik maar alles ok. Vlotjes in de auto. En dan begint het. Ze wil een koek.

O dear… Mijn frang valt nu al.. Dit wordt een crisismomentje.

Ze zal haar uiterste best doen om er een te krijgen. En ik weet dat ik er geen ga geven. En ik weet dat ze het niet vlug zal opgeven. Het is nog een volhoudertje, die dochter van ons.

En dat we vertrokken zijn…

– Ik heb zo mijn principes en 1 er van is per dag 1 koek. Die krijgt ze mee naar school. Om vier uur kiest ze tussen fruit/boterham/soep. Als er moet gesmoefeld worden, daarvoor hebben we weekends, en oma’s en opa’s 😉 –

Terwijl de huilbui in de auto begint voor het verkrijgen van de begeerde koek, moet volgens Amber de kap van de maxicosi naar beneden. Natuurlijk ben ik niet gek om te stoppen voor een krijsend juffrouwtje en rij door tot we thuis zijn. Twee minuten verder zijn we er al (ik ben al dankbaar dat ik niet te voet was). Ik laad Emiel uit en zet de maxicosi in de gang. Ondertussen heb ik nog 1 krijsend kind in de auto zitten. Kind 2 is flink maar ik zie het al aan zijn manieren. Hij krijgt honger. Nog even met mijn gedachten bij kind 1 blijven nu. Ik ga ze uit de auto gaan halen. Letterlijk. Geen beetje medewerking.

En ik voel het, ik ben ze kwijt.

Krijsen, tieren, huilen, en hup daar vliegt ze op de grond. Snot overal. Miljaardedju.. denk ik, pas gekuist.. Ik besluit haar even te negeren en check de baby. Die trekt het hem momenteel niet aan. Amber besluit haar offensief nog verder te zetten en schakelt een tandje bij. Nog meer getier en nog luider getuit. Af en toe een stamp tegen de stoelen en ja, ik moet er ook niet te dicht bij komen of ik vang er ook 1.

Hier is niets mee aan te vangen. Ik hoor tussen het gesnotter door iets van een koek. Ik zet haar aan de kant en laat haar duidelijk weten dat er geen koek te rapen valt. Boterham of fruit. Als ze rustig is.

Precies NIET wat ze wilde horen… Ik besluit haar te negeren en haar even te laten uitrazen. Ondertussen maakt Emiel van zijn oren. Hij heeft honger. Ik geef hem de borst terwijl A. de longen uit haar lijf schreeuwt. In mezelf denk ik. Kalm. Emieltje trekt het hem allemaal niet aan.

Na een dik half uur scène begint het haar door te dringen dat er geen koeken te rapen vallen en schreeuwt ze nu om een boohooterhahaamm. Ik maak haar – in de mate van het mogelijke- duidelijk dat ze eentje kan krijgen als ze stopt met wenen. Mama luistert niet als ze weent. Ik zou nogal goei dagen hebben!

Ze snapt het nog niet direct en doet gezellig door. Ondertussen is Emiel klaar met drinken. Ik ben nog even met hem bezig tot dochterlief plots bij me komt met een natte broek.

Seriously??? Denk ik in mezelf? Protestplassen of wat? En er is gisteren gekuist!

Het schaap is er precies zelf niet goed van. Stilzwijgend neem ik haar mee naar de badkamer, veeg snottebellen weg, was haar en doe haar pyjama aan.

‘Ambertje’

‘Ja’

‘Ben jij nu klaar om flink een boterham te eten?’

Ze knikt.

We geven elkaar een zoen en een knuffel, ik smeer haar een boterham en zet wat tv op. Terwijl ze tot rust komt kuis ik de boel op. Ondertussen is het tijd om aan het eten te beginnen.

Na het eten maak ik haar klaar om naar bed te gaan maar moet het dan aan Davy overlaten omdat de kleinste moet drinken.

‘Mama meegaan naar boven’.

Morgen schat. Rust nu maar goed uit.