Mijn relatie met eten

Ik heb altijd wel een relatie gehad met eten. 1 Van de goede herinneringen van mijn vader, die ik nu des te meer koester, is dat ik zo benieuwd was hoe hij zijn spaghettisaus maakte. Ik vond die superlekker. Kijken in de pot, proeven. Opschrijven of onthouden. Tot op de dag van vandaag maak ik meestal de saus zoals mijn pa ze maakte. Zijn pizza’s, zijn zin voor koken om 14u in de middag om hier en daar wat uit te proberen. Trots dat hij lekker eten kon voorschotelen. Hij zei dan altijd ‘dat krijg je zo niet in een restaurant! Of je zal weten wat betalen’. En gelijk had hij. Om de veertien dagen gingen wij, en in de vakantie wat langer. We maakten soms uitstapjes met de fiets. Later toen ik ouder was en er een tweetal jaar woonde, zaten we vaak lang aan tafel om na te praten. Om dan samen de afwas te doen. Toen het vakantie was kookte ik voor hem. En zaterdag deden we samen de kuis. Toen ik kreeg ik een extra centje. Of de strijk, daarvoor kreeg ik ook geld. Per uur werd ik betaald. Het waren soms leuke tijden. Het was zelfs een tijdje een normale situatie. Helaas stak zijn ziekte er later een dikke stok voor.
Vaak krijg ik zelf de kriebels om te kokkerellen. Dat gaat in fases. Een periode waar ik allerhande receptjes vraag van lekkere dingen die ik lees of zie. Een kookboek, een tv-programma over koken. Net zoals mijn pa ze opnam met de videorecorder, zo bekijk ik ze, onthou het en zoek het op via het internet. Dan ben ik het een eindje beu en wordt er dagelijkse kost geserveerd. Een patat met vlees en groente.
Eten, ik bewerk het graag, ik zie het graag en ik eet het graag.
Helaas heb ik nu een disfunctionele relatie met eten. In januari startte mijn medicinale behandeling. Na enkele weken, maanden vlogen de kilo’s er bij. Op een of andere manier at ik maar door, zonder soms enig gevoel van voldaanheid te bereiken. En als ik dat dan had, at ik soms nog door. Na de vele kilo’s zette ik een stop er op en besloot de strijd aan te gaan met de kilo’s. Strijd, een ware battle is het! Nog nooit heb ik zoveel moeite moeten doen om af te vallen. Telkens opnieuw probeerde ik, hield het twee of drie weken vol, om dan terug te vallen in slechte eetgewoonten en ja, hoe beschamend ook, vreetbuien. Alles wat ik zag at ik op. Dus nee, mijn relatie met eten is niet zo goed voor ’t moment. Ik ga nu nóg eens proberen om gewicht te verliezen. Hoewel het moeilijk is niet op te geven, als je hard je best doet en de weegschaal 500g bijtelt. De medicatie zal er wel een grote rol in spelen. Zegt de bijsluiter, zegt de dokter. Maar daar ben ik niet veel mee. Ik voel me goed, maar ik zie mezelf niet graag. Maar kijk, ’t is nu zo! Op naar het volgende blogje, met een kilootje minder?

Advertenties